Zelfstandig werken
INLEIDING.
In 2005 heeft het team van de cbs de Slagkrooie initiatieven ontwikkeld om het begrip zelfstandigheid bij kinderen een betere inhoud te geven.
Er werd gekozen voor een begeleidingstraject van de IJsselgroep.
In de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 is dit begeleidingstraject uitgevoerd onder begeleiding van de heer J. Vermeij.
In dit document willen we de gestelde doelen, de gemaakte afspraken en de gekozen werkwijze omschrijven.
Dit document is bedoeld voor nieuwe leerkrachten, stagiaires en ouders.
Uitgangspunten van de wens van het team om zelfstandig werken in te voeren waren:
Ø Aandacht voor de individuele behoeften in het leerproces.
Ø Tegemoet komen aan de behoefte aan relatie, zich competent voelen en de autonomie van de kinderen.
2
DOELEN DIE WE WILLEN BEREIKEN
VOOR DE LEERLINGEN:
- De leerlingen zelfstandiger maken, dus minder leerkracht afhankelijk
- De leerlingen kunnen zelf keuzes maken – eigen initiatief ontwikkelen
- De leerlingen gaan op eigen niveau en in eigen tempo werken
- De leerlingen leren elkaar te helpen
- Er is meer uitdaging voor de leerlingen
VOOR HET TEAM:
- De leerling op eigen niveau laten werken
- Vertrouwen ( autonomie) geven aan de leerlingen
- Tijd vrij maken voor leerlingen die onder/boven het gemiddelde werken
- Tijd vrij maken voor extra hulp aan leerlingen die extra zorg behoeven
- Tegemoet komen aan de individuele behoefte van leerlingen ( in begeleiding; zelfstandigheid; samenwerken enz.)
- Nieuwe werkvormen gebruiken en meer variatie aanbrengen
DE SCHOOL:
- Meer ontwikkelingsgericht werken met de leerlingen – differentiatie
- Klassenmanagement – effectieve leertijd
- Verhogen van competentie en autonomie van de leerlingen
RELATIE MET HET VOORTGEZET ONDERWIJS EN DE MAATSCHAPPIJ
Met de werkvorm zelfstandig werken zoals wij die toepassen, willen we een basis leggen, waarmee de leerlingen toegerust in het VO verder kunnen.
In het VO maken de kinderen kennis met onderwijsvormen ( zoals het studiehuis), waarin samenwerken – samen leren; zelfstandig de leerstof verwerken en eigen verantwoordelijkheid nemen voor het leren een steeds belangrijker rol spelen.
Ook in de kennismaatschappij worden initiatieven; verantwoordelijkheidsgevoel en creativiteit verwacht. Zowel zelfstandig werken als goed kunnen samen werken zijn daarin belangrijk.
3
KERNCOMPETENTIES
WIJ GEVEN DE LEERLINGEN VERANTWOORDELIJKHEID.
- We stimuleren verantwoordelijkheid te nemen voor materiaal en werk
- We laten de weektaak plannen
- We stimuleren de leerlingen om te ontdekken wat ze nog niet snappen en daar vragen over te stellen
- We geven de leerlingen vertrouwen
WIJ LEREN DE LEERLINGEN ZELFSTANDIG TE WERKEN
We werken met uitgestelde aandacht m.a.w. de leerkracht is niet meteen beschikbaar voor vragen of problemen van leerlingen
- We stimuleren zelfstandig leren
- We gebruiken het 12 stappenplan
- We zorgen ervoor dat in de klas alles op een vaste plek staat
WIJ LEREN DE LEERLINGEN SAMEN TE WERKEN
- We passen vormen van samenwerken toe
- Waar nodig gebruiken het begrip ´maatjes´
- We leren de leerlingen respect te hebben voor elkaar
WIJ PASSEN ALLERLEI VORMEN VAN DIFFERENTIATIE TOE
- We differentiëren n.a.v. observaties, methode gebonden toetsen en resultaten van de cito-toetsen
- We differentiëren de opdrachten van de dag/weektaak
- We geven de leerlingen zoveel mogelijk werk op eigen niveau
- We komen zo mogelijk aan de wensen van de leerling tegemoet
4
AFSPRAKEN
Een les zelfstandig werken verloopt n.a.v. het 12 stappen plan
DE TWAALF STAPPEN:
De leerkracht geeft een inhoudelijke instructie
- De leerkracht legt uit dat we zelfstandig gaan werken en waarom
- De leerkracht geeft taakinstructie
- De regels voor het zelfstandig werken worden herhaald
- De leerlingen wordt gevraagd of er nog vragen zijn voor ze kunnen beginnen.
- We geven een nadrukkelijk beginsignaal ; in onderbouw gebruiken we een symbool
- De leerkracht loopt even rond voor de kinderen die het moeilijk vinden om te beginnen
- De leerkracht vraagt de kinderen die het betreft naar de instructietafel te komen
- De leerkracht geeft verlengde instructie of extra hulp aan de instructietafel
- De leerlingen aan de instructietafel gaan ook zelfstandig aan het werk. Ze doen dit aan de instructietafel of op hun eigen werkplek
- De leerkracht staat op en gaat ´weldoend ´ rond voor iedereen
- De leerkracht bespreekt met de leerlingen het zelfstandig werken
REGELS DIE GELDEN BIJ HET ZELFSTANDIG WERKEN
De volgende regels worden geregeld met de leerlingen doorgenomen.
v Luister naar de opdracht of lees wat je moet doen.
v Als je het niet meer weet, kijk je nog één keer goed
v Als je problemen hebt, probeer je ze eerst zelf op te lossen
v Lukt het je dan nog niet, vraag het dan aan een ander
v Als je het nu nog niet weet, leg je je vraagteken op tafel.
v Je kunt natuurlijk alvast beginnen met wat je wel weet.
5
INSTRUCTIE
We hanteren bij de instructie het model werken met een grote en een kleine groep. Deze werkwijze is belangrijk op 3 momenten in het leerproces:
- Als geplande verlengde instructie. Na een korte duidelijke instructie aan de hele groep gaan de leerlingen die het aan kunnen aan het werk. Een deel van de leerlingen heeft aan de instructietafel verlengde instructie nodig.
- Als vervolg op een toets. Een deel van de leerlingen heeft herhaling nodig. De andere leerlingen gaan verder met extra werk.
- Als spontane differentiatie op verschillende momenten. Ook voor leerlingen die meer aankunnen.
WERKSTANDAARD INSTRUCTIE GROTE GROEP – KLEINE GROEP
Instructie
- Er wordt gestart met een klassikale instructie van maximaal 15 minuten (directe instructie).
- Er is een verlengde instructie van maximaal 20 minuten.
- Er is een instructietafel of instructieplek.
- De derde fase van de les is het verwerkingsdeel onder begeleiding.
- De gemiddelde en de langzame leerlingen verwerken de leerstof direct na de les onder begeleiding; dit duurt ongeveer 15 minuten.
Zelfstandig werken
- Er is rust in de groep.
- Er wordt samengewerkt door de leerlingen.
- Er wordt extra aandacht besteed aan leerlingen met een zwakke leerhouding door vaker te controleren.
- Leerlingen controleren hun eigen werk als eerste.
Inhoud
- Er zijn van te voren onderdelen gekozen en erbij behorende opdrachten die in de eerste instructie behandeld moeten worden.
- Selecteren van onderdelen en erbij behorende opdrachten die in de tweede instructie behandeld moeten worden.
- De instructieles voor langzame leerders heeft niet meer dan twee leerdoelen.
6
DIRECTE INSTRUCTIEMODEL.
1. Dagelijkse terugblik
- Geef samenvatting van de voorafgaande stof
- Bespreek het werk van de vorige les
- Haal de benodigde voorkennis op
- Onderwijs, indien nodig, deze voorkennis.
2. Presentatie
- Geef lesdoelen en lesoverzicht
- Onderwijs in kleine stappen
- Geef voorbeelden
- Ga na of de leerlingen de stof begrijpen
- Vermijd uitweidingen
- Geef samenvatting van hoofdzaken
3. (In)oefening
- Laat leerlingen onder begeleiding oefenen
- Geef korte en duidelijke opdrachten
- Stel veel vragen
- Zorg dat alle leerlingen betrokken blijven
- Zorg voor hoge successcores
- Oefen tot de leerlingen de stof begrijpen
4. Individuele verwerking
- Zorg dat de leerlingen direct beginnen
- Inhoud van de taken moet overeenkomen met de leerstof van de vorige fasen
- Zorg voor een ononderbroken lesfase
- Laat leerlingen weten dat hun werk wordt gecontroleerd
- Kijk het werk zo snel mogelijk na
1-4 Terugkoppeling
- Geef vaak en regelmatig terugkoppeling
- Corrigeer fouten meteen
- Geef proces-feedback ( waarom is iets goed of fout)
- Geef veel aanmoediging
7
5. Periodieke terugblik
- Geef geregeld een herhaling van de leerstof van de voorafgaande dagen
- Controleer zo welke leerstof de kinderen zich eigen hebben gemaakt
MODEL GROTE GROEP-KLEINE GROEP IN DE KLEUTERGROEPEN
Enkele voor de kleutergroepen specifieke elementen.
Stap 1: de leerkracht geeft instructie
Je legt uit wat de kinderen gaan doen: kiezen, welke hoeken open zijn, aan welke tafels een werkje wordt gemaakt enz.
Stap 2: aankondiging zelfstandig werken
Je vertelt dat de leerlingen zelfstandig gaan werken ( gebruik die term ook echt) omdat jij met een groepje of een paar leerlingen gaatwerken, of omdat je in één van de hoeken gaat meespelen.
Stap 3: Je vraagt (bespreekt) wat de regels zijn bij zelfstandig werken. De kinderen kunnen dit vaak uitstekend verwoorden.
Stap 4: Taakinstructie
Is in de kleutergroep vaak bij stap 1 al aan de orde geweest. Er is minder nadrukkelijk onderscheid tussen inhoudelijke- en taakinstructie.
Stap5: Zijn er nog vragen?
Meestal is dit bij kleuters minder relevant. Maar stel de vraag toch maar.
Stap 6: Duidelijk beginteken
Dit kan van alles zijn. Een olifant op de tafel, een pet op o.i.d.
Stap 7: Rondlopen
Start iedereen met een activiteit? Wat ga je doen? Richt de leerlingen op de activiteit en daag hun fantasie uit. Deze ronde kan wat langer duren dan in de midden- en bovenbouw.
Stap 8: Leerlingen naar de instructietafel roepen
Jij roept de leerlingen naar de werktafel, de voorleeshoek enz. Als leerlingen mogen kiezen, zitten ze er vaak al.
8
Stap 9: Werken met kleine groepjes
NB Negeer leerlingen niet als ze naar je toe komen ( help ze gewoon kort), maar kom in de nabespreking er wel op terug. Hoe had je dat ook zelf kunnen oplossen?
Stap 10: Zelfstandig werken door de kleine groep
Ook deze groep moet korte tijd zonder jou kunnen werken.
Stap 11: Rondgaan voor de grote groep
- Voordat het symbool weg is: Speel in enkele hoeken even mee.
- Je haalt het symbool weg en gaat rond. Je bent weer beschikbaar voor de grote groep.
Stap 12: Nabespreking
Hoe ging het met zelfstandig werken? Kleuters kunnen al heel goed zelf verwoorden hoe ze iets hebben opgelost, hoe het ging enz.
In de kring kun je vragen: Kijk eens rond, is er goed opgeruimd? Waar kan dat beter. Hoe kunnen we dat de volgende keer beter doen?
INSTRUCTIEMODEL GROEP 1/ 2
- 1. Dagelijkse terugblik
- o Plaats de te behandelen onderwerpen in de belevingswereld van de jonge kinderen.
- o Sluit zoveel mogelijk aan bij eerdere concrete ervaringen van de jonge kinderen.
- 2. Presentatie fase (kort en helder)
- o Houdt de verbale instructie kort en concreet.
- o Geef concrete voorbeelden ( of vraag ze aan de kinderen)
- o Laat de kinderen een actieve rol spelen
- o Ga na of de kinderen de stof begrijpen
- 3. In oefening (actief)
- o Geef korte aantrekkelijke opdrachten
- o Stel veel uitnodigende vragen
- o Zorg dat de kinderen betrokken blijven
- o Zorg dat de kinderen veel vragen/opdrachten krijgen die ze met succes kunnen uitvoeren
9
- 4. Individuele verwerking
- o Zorg dat de kinderen meteen met hun werk beginnen
- o Zorg ervoor dat de inhoud gelijk is aan de voorafgaande lesfase
- o Zorg voor een korte actieve lesfase
- 5. Terugkoppeling (gedurende elke lesfase)
- o Geef vaak en regelmatig terugkoppeling
- o Corrigeer fouten meteen
- o Vraag waarom iets goed of fout is gegaan
- o Geef veel aanmoediging
AFSPRAKEN BIJ HET ZELFSTANDIG WERKEN
- Ø In iedere groep is er een symbool of voorwerp, waarmee het zelfstandig werken wordt aangekondigd. Zolang dit zichtbaar is gelden de regels van het zelfstandig werken. De leerkracht kan nu verlengde instructie geven of extra hulp aan kinderen die dat nodig hebben.
- Ø Tijdens het zelfstandig werken hebben de kinderen de kubus met het ?; het groene vlak en het rode vlak op tafel liggen.
- o Groen betekent: je mag mij bevragen;
- o rood betekent: liever niet storen;
- o ? betekent: ik heb hulp van de leerkracht nodig.
- Ø De leerlingen werken met een dagtaak of een weektaak. Op hun taakbrief staan voor die dag/week de volgende opdrachten:
- o De minimumtaak die voor iedereen geldt
- o De verrijkingsopdracht
- o Extra/keuze werk
- Ø Tevens zijn op de taakbrief de tijden vermeld waarop er voor een bepaalde taak instructie wordt gegeven voor de grote groep. Ook kunnen de tijden worden aangegeven waarop voor groepjes leerlingen of individuele leerlingen verlengde instructie of extra hulp wordt gegeven. Op het planningsformulier dat de leerkracht hanteert staan die instructie- en hulpmomenten ook genoteerd.
- Ø Als een leerling een bepaalde taak af heeft, tekent hij/zij die op de taakbrief af met de kleur van die dag. Deze kleuren worden in alle groepen gebruikt. In de kleutergroep kunnen de kinderen op het keuzebord en het takenbord d.m.v. pictogrammen en de kleuren zien welke taken zij krijgen en welke ze al hebben gemaakt.
10
- o Maandag – rose woensdag – oranje vrijdag – blauw
- o Dinsdag – paars donderdag – rood
- Ø Op een klassenoverzicht, waarop de gemaakte taken door de leerlingen worden ingekleurd, kan de leerkracht in één oogopslag controleren welke taken er al klaar zijn.
- Ø Aan het begin van iedere dag plannen de kinderen die een weektaak of taak voor meerdere dagen hebben, de taken die ze die dag denken te maken op een planningsformulier.
- Ø De leerlingen hebben een zekere mate van vrijheid in het kiezen van een werkplek in de school. In de gang zijn werkhoekjes gemaakt en ook andere ruimtes kunnen gebruikt worden als werkplek
BIJLAGEN
Taakbrieven
Planningsformulier leerlingen
Planningsformulier leerkrachten